|
Artsen en Raad van Bestuur van het ziekenhuis
Conflicten
Bron: Medisch contact, 19 mei 2006
Auteur: Evert Pronk
Het recept voor ruzie
Medisch specialisten werken in een emotioneel mijnenveld in de machocultuur van specialisten is meestal geen aandacht voor de ‘softe’ kanten van het vak. over de manier waarop je met elkaar omgaat, wordt niet gesproken. Het gevolg is dat conflicten makkelijk escaleren. Karakterbotsingen bij anesthesiologen in het Mesos Medisch centrum, ruziënde intensivisten in het Diakonessenhuis, conflicten in het Hartlongcentrum van het radboud en gebrouilleerde chirurgen in Boxmeer. De lang aanhoudende winter zorgde blijkbaar niet overal voor voldoende afkoeling. Ruzie is van alle tijden. en ook ruzies die zo ver gaan dat de patiëntenzorg in gevaar komt, zijn niet nieuw. ter herinnering: in 1994 werden alle vier de gynaecologen het Elkerliek ziekenhuis in Helmond uitgezet na de dood van een tweeling. een verziekte werksfeer, constateerde de inspectie voor de Gezondheidszorg destijds. Bij de in 2001 overleden baby Charlotte Floor in het Wilhelmina Kinderziekenhuis was er onder meer sprake van een ruzie tussen een hoogleraar en de later veroordeelde kindercardioloog Paul H. vorig jaar nog werd in het St. Jans Gasthuis in Weert de afdeling intensive care tijdelijk door de inspectie gesloten vanwege onenigheid tussen de longartsen en de anesthesiologen. uit onderzoek van het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg blijkt dat meer dan de helft van de ziekenhuizen te maken heeft met specialisten die onderling ruziën.
Opkroppen
maatschap. De maatschap zelf is zo plat als een dubbeltje. Er zijn zes of zeven kapiteins.’ Ramler runt met een collega het trainings en adviesbureau Falga. Gemiddeld dertig keer per jaar wordt zijn bureau ingeschakeld omdat er iets loos is binnen een maatschap. ‘een enkele keer worden we door de maatschap gebeld, maar meestal door de directie. er blijken dan meestal al twee tot drie jaar problemen te zijn. De solidariteit bij artsen gaat ver, waardoor maten elkaar soms te lang de hand boven het hoofd houden. Als je specialisten vergelijkt met notarissen en architecten, dan valt op dat er bij artsen weinig licht zit tussen zakelijk en emotie. Specialisten zijn erg impliciet. ze kroppen zaken op. op het moment dat ons bureau erbij wordt gehaald, zit er nog niet altijd bloed aan de paal, maar soms is het wel een wonder is dat er geen gewonden zijn gevallen. Bijvoorbeeld wanneer een anesthesioloog de oK uitloopt vanwege een ruzie met een chirurg.’ De oorsprong van ruzies tussen specialisten is volgens Ramler meestal iets futiels. ‘Het gaat in eerste instantie vaak helemaal nergens over. De aanleiding voor een conflict kan een cynische opmerking over iemands proefschrift zijn. ‘oh, heb je een nietje door je artikelen gejast?’, of iets dergelijks. zo’n kleine irritatie kan tot gevolg hebben dat de ene specialist de andere mijdt, waardoor er een groter risico op misverstanden ontstaat en de zaak escaleert. ze vechten het vervolgens uit op het niveau van de bovenstroom. Dan vindt de promovendus ineens dat de andere maat te weinig poli draait. een ruzie is geboren. omdat dit proces sluipenderwijs plaatsvindt, heeft niemand in de gaten wat de consequenties voor de patiëntenzorg kunnen zijn.’
IJzige sfeer
Lodewijk Schmit Jongbloed herkent het patroon dat ramler schetst. ‘Als een maatschap belt, geven ze meestal aan dat er sprake is van een organisatorisch probleem. Soms blijkt dan dat bepaalde maten elkaar al een jaar lang niet meer groeten op de gang. De oorzaak is meestal niet goed meer te achterhalen, maar conflicten hangen altijd samen met intermenselijke aspecten. ik weet van een maatschap waarbij een van de maten om persoonlijke redenen tijdelijk minder wilde werken. toen hij vier maanden later weer volledig aan de slag ging, ontstond er een ijzige sfeer. zijn collega’s waren kwaad, omdat hij ze niet had bedankt voor het opvangen van zijn afwezigheid. Híj was daarentegen boos omdat geen van zijn maten in de vier maanden van zijn afwezigheid had geïnformeerd hoe het met hem ging. veel specialisten veronachtzamen onderlinge relaties. Dat kan ook, omdat je vaak letterlijk los van elkaar kunt opereren.’ Schmit Jongbloed is arts en bedrijfskundige. Met zijn adviesbureau LSJ Medisch projectbureau begeleidt hij sinds 1997 maatschappen. zo’n twee keer per jaar wordt hij ingeschakeld vanwege een conflict. ‘De wereld van de specialist is complexer geworden. De patiënten zijn tegenwoordig kritisch en overal klinkt de roep om transparantie. Dat zijn specialisten niet gewend. Bovendien zijn maatschappen door fusies veel groter dan vroeger. in een kleine maatschap werken impliciete afspraken. in een grote niet. Dan moet je zaken op papier zetten. Bijvoorbeeld wanneer een oudvoorzitter van een maatschap vasthoudt aan privileges waar hij eigenlijk geen recht op heeft. In een maatschapcontract moet je ook naar de toekomst kijken. ik weet van een geval van een maat die graag zorgverlof wilde om voor zijn negentigjarige moeder te zorgen. zijn maten hadden het daar moeilijk mee. Hoewel onze ouders nog helemaal niet hulpbehoevend zijn, heb ik met mijn eigen compagnon zwart op wit staan hoe we vrije dagen bij kunnen kopen.’
Onder de mat
Ook advocaat en hoogleraar gezondheidsrecht Joep Hubben meent dat afspraken op papier kunnen bijdragen om conflicten te voorkomen. ‘in maatschapcontracten wordt nooit opgenomen dat men het inhoudelijk functioneren met elkaar bespreekt. ik werk ook in een maatschap, maar mijn collega’s zijn niet zo afhankelijk van mij. ik draag een cliënt niet over voor het weekend. Artsen moeten intensief met elkaar samenwerken. Je hebt elkaar nodig, maar bent ook op elkaar aangewezen. vanwege die afhankelijkheid worden zaken vaak onder de mat geschoven met het risico ooit tot een conflict te leiden met mogelijk ernstige gevolgen.’ ‘ik heb het me in de loop der jaren meer dan eens afgevraagd waarom conflicten niet in de kiem worden gesmoord’, vervolgt Hubben. ‘De directie moet dan in eerste instantie wel doorhebben dat er iets mis is. Als het er bijvoorbeeld om gaat dat een van de artsen technisch onder de maat presteert, is dat niet direct duidelijk. Het duurt een tijd voordat er inzicht is in de complicaties. Bovendien willen deskundigen vervolgens nog wel eens van mening verschillen over de technische vaardigheden. Als een chirurg meer heroperaties doet dan een ander, zal hij ook meer complicaties krijgen.’ in zijn werk bij Nysingh advocaten verdedigt Hubben specialisten die vanwege een conflict hun toelatingsovereenkomst dreigen te verliezen, maar hij staat in deze situatie ook ziekenhuisdirecties bij. ‘voor de directies van ziekenhuizen is de drempel hoog om tot een doortastende maatregel te komen. Je kunt een arts niet zomaar uit je ziekenhuis weren. Je kunt ook beslist niet met lege handen bij het scheidsgerecht Gezondheidszorg aankomen om een toelatingsovereenkomst te verbreken. Als directie ingrijpen kan echter wel. in 2004 stond ik een ziekenhuis bij in een zaak waarin uiteindelijk de toelatingsovereenkomsten van een complete maatschap met drie radiologen is verbroken, omdat de drie niet overweg konden met de maatschappen van de ziekenhuizen waarmee “hun” ziekenhuis was gefuseerd. Zij hebben zich daarbij zo onwelwillend opgesteld dat het ziekenhuis van het scheidsgerecht geen enkele vergoeding hoefde te geven. Dat is een duidelijk signaal van het scheidsgerecht.’
Speelruimte
Harry van de Wiel, hoogleraar Gezondheidspsychologie van het universitair Medisch centrum Groningen ziet in de fusiegolf van eind jaren negentig een van de factoren die bepalen dat er nu veel conflicten onder specialisten zijn. ‘Het is erg, maar het wordt nog erger. Wat in de kranten staat is nog maar het topje van de ijsberg. veel specialisten gaan momenteel gebukt onder een subjectieve beleving van steeds minder speelruimte. ze zijn ooit in het vak gegaan vanwege de patiënten of vanwege de medische wetenschap maar vanwege de bureaucratisering van het werk is voor een deel de lol er van af. vroeger kon een specialist even uitrazen bij een van zijn maten als iets niet lekker ging met een patiënt. Nu is die maat geen makker meer, maar een collega die zeurt en dramt over de organisatie. Door fusies zitten maten bij elkaar die niet voor elkaar hebben gekozen. Er is daardoor ook minder solidariteit en loyaliteit binnen de maatschap.’ voormalig hoogleraar seksuologie van de Wiel wordt regelmatig om advies gevraagd bij een conflict tussen specialisten. ‘een maatschap is net een huwelijk: als je jaren samen bent, is het ongelofelijk moeilijk om het goed te houden. Maar het kan in vijf minuten kapot worden gemaakt. Typisch voor de geneeskunde is bovendien dat er compassiemoeheid kan ontstaan. Als je als arts al zoveel compassie in de spreekkamer moet tonen, dan lukt dat soms niet meer richting collega’s.’ in tegenstelling tot het huwelijk gaan maten echter zelden uit elkaar. van de Wiel: ‘De specialistenwereldjes zijn klein. in het geruchtencircuit gaat dan al snel rond dat er wat mis moet zijn.’ ‘Het past ook niet bij de cultuur’, vindt Schmit Jongbloed. ‘We zijn de klus met zijn allen begonnen...’
Kleuters
‘in Nederland is het bijna een schande als je uit een ziekenhuis vertrekt’, vult Hubben aan. ‘toch heb ik gezien dat specialisten elders weer opbloeien. Je vraagt je wel eens af waarom mensen die zo’n langdurige relatie met elkaar aangaan, nooit beginnen met een proefperiode.’ ‘De selectie van de maten slaat soms nergens op’, weet Ramler. ‘Dan wordt iemand maat, omdat hij een van de andere specialisten kent via de hockeyclub.’ Ramler betwijfelt of meer flexibiliteit onder specialisten het escaleren van conflicten kan voorkomen. ‘verkassen vanwege ruzie met Jan kan verfrissend zijn, maar je neemt altijd jezelf mee. En de andere maatschap heeft ook een Jan.’ Geen van de ‘conflictdeskundigen’ meent dat er in de zogenaamd hardere vakken meer geruzied wordt dan in zachtere specialismen in de geneeskunde, of andersom. ‘ik heb twee maatschappen met gynaecologen begeleid, en voor het overige beschouwende specialisten’, zegt Schmit Jongbloed. ‘Maar daar wil ik geen conclusies aan verbinden.’ ‘ik ken chirurgen die het uitstekend doen, en internisten die er een rommeltje van hebben gemaakt’, reageert Ramler. ‘Je hebt maatschappen die het snappen en maatschappen die het niet snappen, daar is geen pijl op te trekken.’ ‘ik zou niet weten waarom er onderscheid zou zijn’, stelt van de Wiel: ‘Bij ruzie valt men nu eenmaal terug op primitief gedrag zoals dat van kleuters die in een zandbak hetzelfde schepje willen. Een mens is nu eenmaal zo intelligent als zijn emoties hem toestaan.’
Omstreden directeur ziekenhuis stapt op
Bron: De Telegraaf, 9 september 2010
- Directeur Ruud Beijers van het ziekenhuis De Tjongerschans in Heerenveen stapt op. Dat heeft woordvoerder Hans Stupers van de raad van toezicht van het ziekenhuis donderdag gezegd. Met de beslissing van Beijers komt een einde aan een lang conflict tussen het ziekenhuis en de directeur
De ziekenhuisdirecteur geldt al enige tijd als verdachte in een strafzaak waarin zijn ex-partner Jonathan T. vorig jaar juni door de rechtbank werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3,5 jaar. T. kreeg die straf voor oplichting, verduistering, valsheid in geschrifte en het witwassen van zwart geld. Een van de slachtoffers van T. was Anita Schuts, de partner van de vermoorde Willem Endstra.
De raad van toezicht had Beijers eerder al eens geprobeerd te ontslaan, omdat hij zich niet gehouden zou hebben aan bepaalde afspraken. Zo maakte het ziekenhuis afspraken met de directeur dat hij de raad van toezicht op de hoogte zou houden van elke nieuwe ontwikkeling in de rechtszaak. Volgens de raad van toezicht schond hij die afspraak met als gevolg dat een ontslagprocedure in gang werd gezet. De kantonrechter bepaalde echter dat de man niet ontslagen mocht worden. Nu stapt hij dus vrijwillig op.
Het ziekenhuis heeft een regeling met Beijers getroffen. Over inhoud daarvan wil Stupers niets zeggen. „Dat verschijnt over een jaar wel in het jaarverslag, als de gemoederen bedaard zijn. We willen een discussie nu vermijden, omdat de zaak heet van de naald is. Maar de regeling is heel fair, ten opzichte van hem, ten opzichte van De Tjongerschans en ook ten opzichte van de maatschappij.”
Verziekt klimaat in GGZ Delfland
Bron: Medisch Contact, Auteur Henk Maassen, 18 september 2009
Bestuur trachtte psychiater aan te zetten tot fraude
Conflicten tussen psychiaters en de raad van bestuur lopen hoog op, psychiaters nemen massaal ontslag, de continuïteit en de kwaliteit van de zorg zijn in gevaar en bestuurders proberen medewerkers aan te zetten tot fraude. Bij GGZ Delfland gaat momenteel heel veel mis.
Sinds anderhalf jaar heeft het psychiatrische ziekenhuis GGZ Delfland in Delft, waar per jaar ongeveer tienduizend patiënten worden behandeld, een nieuwe, tweekoppige raad van bestuur. Hans Boelen is voorzitter en verantwoordelijk voor financiële zaken, psychiater Iris Bandhoe is lid en geneesheer-directeur. Beiden moesten zorgen voor nieuw elan. Het tegendeel is echter gebeurd. Vijftien psychiaters vertrokken er al sinds hun komst, tien psychiaters kondigden vorige week hun ontslag aan. NRC Handelsblad meldde dat deze zomer twee psychiaters zijn aangenomen die al na respectievelijk twee dagen en twee weken hun contract beëindigden.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) kwalificeert de zaak als ‘zorgelijk’. Maar medewerkers die Medisch Contact voor dit artikel heeft gesproken, vinden dat de IGZ te weinig doet en al lang had moeten ingrijpen.
Onveilige sfeer
In april van dit jaar zegden middels een brief veertien psychiaters het vertrouwen in de raad van bestuur op. Het bestuur zou de interne opleiding in gevaar brengen en weinig doen aan de uitstroom van psychiaters. Betrokkenen omschrijven de sfeer als ‘onveilig’; de raad van bestuur zou zich schuldig maken aan machtsmisbruik en intimidatie. Psychiaters krijgen bij conflicten onmiddellijk een spreek- en terreinverbod.
Het tweekoppige bestuur geeft leiding door ‘te liegen en te bedriegen’, verwoordt een psychiater die ruim een jaar geleden zijn ontslag nam. Zo wilde Iris Bandhoe volgens hem aanvankelijk de medische staf opheffen, maar ontkende ze in een later stadium dat ooit te hebben gezegd. De leegloop onder de psychiaters heeft de raad van bestuur bovendien gedwongen een reeks ‘dure interims’ aan te stellen, hetgeen volgens medewerkers de kwaliteit van de zorg niet ten goede is gekomen.
Ongelukken toegedekt
Volgens hardnekkige geruchten heeft de raad van bestuur artsen aangezet tot het vervalsen van suïcideverslagen voor de Inspectie en van rechterlijke machtigingen. Bevestiging van de geruchten is niet te krijgen, want ‘de statussen van deze patiënten zijn uiteraard gesloten’, aldus een bron bij GGZ Delfland. Volgens hem heeft de raad van bestuur organisatorische aanpassingen doorgevoerd die hebben geleid tot een tekort aan (ervaren) psychiaters en ‘een structureel tekort aan overlegmomenten tussen arts-assistenten en psychiaters’. Dat heeft tot ongelukken geleid, die vervolgens zijn ‘toegedekt’.
Hij beschrijft een casus over een ernstig depressieve patiënt die door de crisisdienst werd binnengebracht. Zonder overleg met de psychiater staakte een arts-assistent de medicatie en de patiënt werd opgesloten in de separeer. Een dag later pleegde hij suïcide. In het verslag staat dat de patiënt zich van het leven heeft beroofd zonder dat er iets tegen te doen was.
Fraude
Een ander gerucht is wel degelijk keihard te maken. Het hoofd van de A-opleiding zou zijn verzocht fraude te plegen om aldus een kandidaat te kunnen benoemen op de post van plaatsvervangend opleider, die daarvoor eigenlijk niet gekwalificeerd was. In het zogeheten kaderbesluit van de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC) staat dat een plaatsvervangend opleider vijf jaar psychiater moet zijn én blijk moet hebben gegeven van wetenschappelijke kwaliteiten. Dat laatste betekent een promotie of een wetenschappelijke publicatielijst van de afgelopen vijf jaar.
De eerste kandidate van de raad van bestuur van GGZ Delfland was weliswaar recent gepromoveerd, maar beschikte slechts over twee jaar ervaring. De tweede kandidaat had weliswaar veel ervaring en stond algemeen bekend als zeer integer, maar had al twintig jaar niets gepubliceerd.
De betrokken A-opleider, dr. Ben Blansjaar, kreeg daarop een op zijn zachtst gezegd ongebruikelijke opdracht van de raad van bestuur, in casu Iris Bandhoe. Hij moest de naam van de nieuwe kandidaat toevoegen aan een bestaande reeks recente publicaties. In een door haar ondertekende brief van 31 maart 2009 schrijft zij uiterlijk voor 12 uur van Blansjaar ‘een eerste opzet’ te verwachten ‘voor de erkenningsaanvraag van dr. X en een publicatieoverzicht waarin de naam van dr. X is toegevoegd aan de respectievelijke publicaties’. Blansjaar beschouwde dit als aanzetten tot valsheid in geschrifte en weigerde zijn medewerking. De raad van bestuur vatte zijn gedrag op als ongehoorzaamheid.
Daags na Blansjaars weigering zegde deze zijn vertrouwen in de leiding op. Hij werd onmiddellijk op non-actief gesteld. Desgevraagd bevestigt Blansjaar deze gang van zaken. Hij bevestigt ook: ‘Ik heb bovendien aangifte gedaan bij de politie.’
Inderdaad doet het Openbaar Ministerie in Den Haag onderzoek naar strafbare feiten bij GGZ Delfland in Delft. De recherche is al langs geweest bij de instelling en heeft met verschillende betrokkenen gesproken. In het belang van het onderzoek wil het OM niets zeggen. Vaststaat dat de recherche via één van de psychiaters ook op de hoogte is gebracht van mogelijke verdraaiingen in de suïcideverslagen.
beeld: Vincent Hie
Pikante passage
De gewraakte brief aan Blansjaar bevat overigens nog een pikante passage, waarin de raad van bestuur het zo voorstelt alsof de MSRC nogal losjes omgaat met haar eigen regels. Reden waarom de raad van bestuur er vervolgens geen bezwaar in ziet dat ook maar te doen.
Citaat: ‘Hij (dr. Paul Breslau, destijds secretaris bij het MSRC, red.) heeft mij (Iris Bandhoe, lid van de raad van bestuur, red.) aangegeven dat de eisen die op wetenschappelijk vlak aan een plaatsvervangend A-opleider worden gesteld met ingang van 2010 versoepeld zullen worden. Hij adviseerde mij om – vooruitlopend hierop – te bezien in hoeverre de naam van dr. X toegevoegd zou kunnen worden aan artikelen/publicaties.’ En verderop in dezelfde brief: ‘Dr. Breslau heeft mij immers laten weten dat hij als secretaris van de MSRC aan deze constructie wilde meewerken om genoemde redenen.’
Paul Breslau is sinds begin september niet meer in dienst van de MSRC. Zowel hij, als de huidige secretaris, Paul Blok, zegt geen commentaar te kunnen geven op deze uitspraken. Breslau: ‘Om privaatrechtelijke redenen mogen wij nooit iets naar buiten brengen over onze communicatie met betrokken partijen.’
Wel wil hij nog meegeven dat de MSRC in het algemeen geen uitspraken kan doen over aanstaande veranderingen in de regelgeving. ‘Omdat de MSRC ze niet maakt, maar slechts uitvoert. Eventuele nieuwe regelgeving komt van de CCMS en moet eerst langs de minister, dat duurt meestal een maand of zes, en dan volgt een implementatietraject.’
Raad van toezicht
Het bureau Boer & Croon heeft in opdracht van de raad van toezicht onderzoek gedaan naar de gang van zaken bij GGZ Delfland. Medisch Contact heeft de laatste conceptversie van het rapport kunnen inzien. De opdracht was de beschuldiging te onderzoeken van (aanzetten tot) fraude, pesterijen en het bestaan van een onveilige werksfeer. Het bureau heeft veertien psychiaters gehoord, directieleden, A-opleider Ben Blansjaar en de raad van bestuur. Het kon de aantijgingen niet aantonen. Ook ‘de zaak Blansjaar’ komt aan de orde. Het rapport bevestigt met zoveel woorden wat hierboven is beschreven.
In juli reageerde de raad van toezicht op de conclusies van Boer & Croon. De toezichthouders zien de fraudekwestie vooral als een gevolg van onderlinge beoordelings- en communicatiefouten. Een citaat uit de schriftelijke reactie: ‘De vermeende fraude betrof een alleenstaand geval in een al verstoorde arbeidsrelatie. Hierbij is vastgesteld dat bij de acties van de raad van bestuur geen intentie tot fraude is vastgesteld, maar een beoordelingsfout is gemaakt.’ Ook stelt de raad van toezicht: ‘De onveilige werksfeer is gerelateerd aan het grote aantal personele wisselingen (...) en de wijze waarop dit is gecommuniceerd.’
Eén van de psychiaters die nog steeds in dienst is, reageert furieus: ‘Dat was een absurde afzwakking van feiten! Ja, Bandhoe is bij Blansjaar in opleiding geweest en naar het schijnt waren er toen al spanningen. Maar dat betekent dat je als raad van bestuur juist uiterst zorgvuldig moet optreden. Nu legt het bestuur een incompetente en domme wijze van leiderschap aan de dag. De raad van toezicht wil dat kennelijk niet zien. Wij hebben steeds gezegd dat we open staan voor mediation, mits de feiten – aanzet tot fraude – worden erkend. Dat heeft overigens ook de IGZ gesuggereerd. Maar zover is het nooit gekomen. Het kan nu ook niet meer, want het rapport van Boer & Croon is niet openbaar en de conclusies van de raad van toezicht delen wij niet.’
De raad van toezicht was niet bereikbaar voor commentaar.
Persberichten
De psychiaters staan niet alleen in hun kritiek op de raad van bestuur. Medisch Contact heeft een brief gezien waarin SPV’ers klagen over lange wachtlijsten, de onmogelijkheid regelmatig overleg te voeren en de lange lijnen in de organisatie.
De raad van bestuur liet in een reactie weten dat er geen enkele aanleiding was voor gevoelens van onveiligheid en onzekerheid. Verder schrijft het bestuur dat het een modern personeelsbeleid wil voeren waarin ‘medewerkers en dus artsen’ worden aangesproken op hun functioneren. Een reactie van de eerder geciteerde psychiater die nog in dienst is: ‘Ik kan dit alleen maar interpreteren als een intimiderende opmerking’.
De raad van bestuur communiceert vooralsnog uitsluitend via persberichten. Een citaat uit een bericht van vorige week: ‘Per 1 oktober treedt een nieuwe A-opleider in dienst, waardoor de A-opleiding gegarandeerd is. De raad van bestuur en de directies blijven met alle psychiaters in overleg om de kwaliteit van zorg te garanderen.’
Er is inderdaad een beoogd opleider aangenomen. Maar ondertussen is er een half jaar verlopen, en dat betekent dat de maximale termijn dat iemand zonder erkenning mag waarnemen is verstreken. De regels schrijven voor dat de opleiding dan opnieuw door de MSRC wordt gevisiteerd en erkend. Gebeurt dat niet op zeer korte termijn, dan heeft GGZ Delfland geen opleiding meer.
Psychiaters GGZ Delfland boos weg na conflict
Bron: NRC Handelsblad 15 september 2009
Het grootste deel van de psychiaters bij GGZ Delfland heeft collectief ontslag genomen.
De Raad van Bestuur brengt volgens hen de kwaliteit van de patientenzorg in gevaar en intimideert.
Ziekenhuisdirecteuren Zeeland stappen op
ANP, 16 februari 2009. De directeuren Rob Zomer van het Ziekenhuis Walcheren in Vlissingen en Hans Simons van het Oosterschelde Ziekenhuis in Goes stappen op. Dat hebben de raden van toezicht vanmiddag bekendgemaakt.
De directeuren vertrekken na voortdurende strubbelingen omtrent de fusie tussen beide ziekenhuizen, waarbij het Vlissingse ziekenhuis zou sluiten. Over die fusie moet de Nederlandse Mededingingsautoriteit nog wel oordelen.
Tot 1 april voeren de directeuren hun werkzaamheden nog uit. Het zal zes tot acht maanden duren voordat de raden van toezicht nieuwe mensen kunnen installeren. Zomer vindt het jammer dat hij niet de hele fusie kan uitvoeren. „Dat is inherent aan fusietrajecten. Dan is het vertrouwen weg en is het goed om met nieuwe mensen het proces door te stoten.”
De gebrekkige communicatie van beide directeuren en het ontbreken van vertrouwen onder het personeel waren voor de raden van toezicht de redenen om de samenwerking te beëindigen. Lieuwe Rienstra van de raad van toezicht van het Oosterschelde Ziekenhuis benadrukte dat in het fusieproces zelf goed werk is verricht door Zomer en Simons. Hij vindt ook dat de fusie door moet gaan.
|